Regionale Arbeidsmarkt Informatie Limburg (RAIL) geeft jaarlijks een overzicht van informatie over de arbeidsmarkt in Limburg. Tal van onderzoeken zijn gebundeld en gekoppeld, de informatie is geanalyseerd en doorvertaald naar toekomstige ontwikkelingen. Daardoor biedt RAIL een dataset die kan dienen als eenduidige basis voor beleid.

Wie in de wereld van de arbeidsmarktvraagstukken stapt, komt veel jargon tegen. We hebben geprobeerd dat te vermijden maar soms is vaktaal nu eenmaal onvermijdelijk. Daarom volgt hier een lijst van begrippen met de bijbehorende definities.

arbeidsmarktinstroom Het aanbod van nieuwe arbeidskrachten op de arbeidsmarkt, zoals bepaald door de verwachte uitstroom van schoolverlaters uit het initie?le dagonderwijs, de schoolverlaters van het deeltijdonderwijs, het niet-reguliere voltijdonderwijs en de beroepsgerichte volwas- seneducatie. Daarbij wordt de benaming ‘schoolverlater’ meestal ook gehanteerd voor de afgestudeerden van het hoger onderwijs. Bron: ROA, bewerking Etil.

arbeidsongeschikten Personen die door ziekte of gebrek niet in staat zijn om met gangbare arbeid hetzelfde te verdienen als gezonde personen met een soortgelijke opleiding en ervaring gewoonlijk verdienen. Onder deze categorie vallen personen die een uitkering krijgen in het kader van WIA, WAO, WAJONG of WAZ. Dit hoeft niet te betekenen dat deze personen NIET werken. Zij kunnen een gedeeltelijke uitkering ontvangen en zich aanbieden op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat wanneer iemand zich daadwerkelijk aanbiedt, hij of zij behoort tot de beroepsbevolking. Biedt iemand met een gedeeltelijke uitkering zich niet aan op de arbeidsmarkt, dan behoort hij of zij bij de stille arbeidsreserve. Bron: CBS, bewerking Etil.

arbeidsplaatsen Het aantal ‘bezette’ arbeidsplaatsen van minimaal 1 uur per week. Het gaat hier zowel om personen in loondienst als zelfstandigen. Deze definitie is gelijk aan die van werkgelegenheid. Peildatum: 1 april. Bron: LISA, Vestigingen Register Limburg, prognose Etil.

baanopeningen (naar opleiding) De totale vraag naar nieuwkomers op de arbeidsmarkt, zoals deze is bepaald door de werkgelegenheidsgroei en de vervangingsvraag.

beroepsgroep In het arbeidsmarktmodel Limburg wordt uitgegaan van 127 beroepsgroepen over de volle breedte van de arbeidsmarkt. Deze zijn geclusterd tot 44 beroepsklassen waarop de resultaten gepresenteerd worden. De indeling van 127 beroepsgroepen is gebaseerd op de Standaard Beroepenclassificatie 1992 (SBC ‘92) van het CBS.

bevolking Bevolking per 1 januari. Het betreft de geregistreerde bevolking van een gebied. Bron: Progneff.

beroepsbevolking De beroepsbevolking is gelijk aan de som van de werkzame beroepsbevolking en de werkloze beroepsbevolking. De werkzame beroepsbevolking bestaat uit personen (15-64-jarigen) die ten minste 12 uur per week betaald werken of werk hebben aanvaard.

Peildatum: jaargemiddelde.De werkloze beroepsbevolking bestaat uit personen (15-64-jarigen) die geen betaald werk hebben (of minder dan 12 uur per week) en die aangeven meer dan 12 uur per week te willen werken, daarvoor op korte termijn beschikbaar zijn en de afgelopen vier weken actief naar werk hebben gezocht. Bron: CBS, bewerking en prognose Etil.

beroepsdeelneming Beroepsbevolking in percentage van de potentie?le beroepsbevolking (= bevolking 15-64 jaar). Beroepsdeelneming wordt ook wel arbeidsparticipatie of participatiegraad genoemd. Peildatum: jaargemiddelde. Bron: CBS, bewerking en prognose Etil.

indicator Perspectief op Baan (IPB) De indicator Perspectief op Baan geeft de verhouding weer tussen aanbod en vraag in de prognoseperiode voor een opleidingstype. De vraag- en aanbodprognoses zijn gebaseerd op de actuele arbeidsmarktpositie van een opleiding. Het toekomstig arbeidsmarktperspectief per opleidingstype wordt bepaald door middel van de Indicator Perspectief op Baan (IPB), die is gedefinieerd als de verhouding tussen enerzijds de verwachte arbeidsmarktin- stroom van schoolverlaters en het aantal kortdurig werklozen en anderzijds de verwachte baanopeningen. Naarmate de waarde van de indicator hoger is, wordt het perspectief slechter.

indicator Personeelskrapte (IPK) Om inzicht te verschaffen hoe de aansluitingsproblematiek tussen onderwijs en arbeidsmarkt zijn weerslag heeft op de wervingsproblematiek in de verschillende beroepsgroepen, wordt gebruik gemaakt van de Indicator Personeelskrapte (IPK). De IPK geeft aan in welke mate het voor werkgevers mogelijk is om de gewenste personeelssamenstelling naar opleidingsachtergrond binnen beroepen te realiseren, bij de voorspelde vraag-aanbod-verhoudingen voor de verschillende opleidingstypen. De IPK heeft een waarde tussen 0 en 1. Naarmate de waarde van de indicator lager is, zijn de knelpunten in de personeelsvoorziening voor de betreffende beroepsgroep groter.

niet-werkende werkzoekenden (NWW) Personen van 15-64 jaar zonder betaald werk (of met werk van min- der dan 12 uur per week) die bij het UWV staan ingeschreven en die bij inschrijving hebben aangegeven een baan te zoeken van tenminste 12 uur per week (ongeacht of men hiervoor beschikbaar is). Bron: UWV WERKbedrijf, prognose Etil.

openstaande vacatures Alle openstaande vacatures die op de betreffende peildatum bij het UWV zijn geregistreerd. Bron: UWV Werkbedrijf, bewerking Etil.

opleidingstype Alle voorkomende opleidingen zijn samengevoegd tot een aantal clusters. In het arbeidsmarktmodel Limburg worden 102 opleidingstypen onderscheiden. Deze zijn geclusterd tot 22 opleidingscategoriee?n waarop de resultaten gepresenteerd worden. De opleidingsindeling is gekoppeld aan de Standaard Onderwijsindeling 2003 (SBI ‘03) van het CBS.

potentie?le beroepsbevolking Alle personen van 15-64 jaar. Peildatum: jaargemiddelde. Bron: Progneff, bewerking Etil.

sectoren In het arbeidsmarktmodel Limburg wordt uitgegaan van 33 sectoren over de volle breedte van de economie. Deze zijn geclusterd tot 16 sectoren waarop de resultaten gepresenteerd worden.

uitbreidingsvraag De vraag naar nieuwe arbeidskrachten die ontstaat door groei van de werkgelegenheid. Als er sprake is van een werkgelegenheidsdaling, is de uitbreidingsvraag negatief.

vervangingsvraag De vraag naar nieuwe arbeidskrachten die ontstaat doordat de arbeidsplaatsen van werkenden die met pensioen gaan, arbeidsongeschikt worden of zich (tijdelijk) terugtrekken van de arbeidsmarkt opnieuw moeten worden opgevuld. De vervangingsvraag per beroepsgroep kan bovendien ontstaan door de beroepsmobiliteit. De vervangingsvraag naar opleidingstype kan ontstaan wanneer arbeidskrachten door middel van niveauverhogende of richtingveranderende scholing aanvullende kwalificaties weten te verwerven. Vertrek van werkenden dat niet leidt tot vraag naar nieuwkomers uit hetzelfde opleidingstype of dezelfde beroepsgroep, wordt niet meegerekend als vervangingsvraag. Bron: ROA, bewerking Etil.

werkgelegenheid Het aantal bezette arbeidsplaatsen van minimaal 1 uur per week. Het gaat hier zowel om personen in loondienst als zelfstandigen. Deze definitie is gelijk aan die van arbeidsplaatsen. Peildatum: 1 april Bron: LISA, Vestigingen Register Limburg, prognose Etil.

werkloosheid (NWW) Werkloosheid wordt uitgedrukt in aantal niet-werkende werkzoekenden (NWW). Bron: UWV WERKbedrijf, CBS, prognose Etil.

werkloosheidspercentage Aantal niet-werkende werkzoekenden (NWW) uitgedrukt als percentage van de beroepsbevolking. Peildatum: jaargemiddelde. Bron: UWV WERKBEDRIJF, CBS, prognose Etil.